Ruim honderd jaar geleden beleefde de arbeidersbeweging haar springtij. Ze was de schrik van de ondernemers, bepaalde de publieke agenda in Europa en was het gesprek van de dag.
Nederland liep achter: weinig industrie, weinig proletariërs. Pas bij de oprichting van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) in 1894 ontstond een formatie die toekomst bleek te hebben. De SDAP begon als een zeer kleine partij met zeer grote pretenties. De twaalf oprichters vormden een heterogeen gezelschap met nogal wat onderlinge irritaties en meningsverschillen, maar in hun stichtingsmanifest verklaarden ze ongeveer de hele bestaande orde de oorlog. Het heersende kapitalisme was ter dood veroordeeld en onbewust op weg naar het schavot dat de geschiedenis had klaar gezet!
De sociaal- democratie heeft geen geloofsbelijdenis meer en al helemaal geen heilsleer. Een wetenschap is ze niet te noemen en over de toekomst van de mensheid heeft ze niets te melden. Binnen de marges van een elementair politiek fatsoen is ze bereid ieder standpunt te verdedigen dat stemmen oplevert. Het rode spook dat volgens het befaamde manifest van 1848 in Europa rondging, tot schrik van de heersende machten, is echter verdwenen. Ruim een eeuw lang dook het in allerlei gedaanten op, van anarchisme tot totalitarisme. Het leed nederlagen, maar boekte ook successen.
De 19e eeuwse industrialisatie schiep de fabriek als een nieuwe arbeidersorganisatie en het industrieproletariaat als nieuwe maatschappelijke figuur. Het werd vrij snel duidelijk dat deze productiewijze ernstige sociale problemen meebracht. De arbeidskwestie lokte een veelheid van initiatieven uit, waarbij de socialisten zich het actiefst toonden. Hun oplossing was bovendien het radicaalst: de kapitalisten, zoals de fabrikanten kwamen te heten, zou de zeggingschap over het productieapparaat moeten worden ontnomen. Hun plaats diende volgens de socialisten te worden ingenomen door de overheid, of door de arbeiders zelf.
In de meeste Westers landen wist na verloop van tijd een minder militante stroming de overhand te krijgen. De ondernemers mochten op hun plek blijven, maar zouden van bovenaf en van onderop in de tang worden genomen. Zo leidde de industriële productiewijze tot het ontstaan van een compleet arbeidsbestel, met een arbeidsbeweging, arbeidersvakbonden en – coöperaties, arbeiderspartijen, arbeidswetgeving, arbeiderswoningbouw enz.
In de tweede helft van de vorige eeuw begint het beeld, hier sneller, daar langzamer, te verschuiven. De industriële productie wordt minder belangrijk, de dienstverlening méér, zowel economisch als qua werkgelegenheid. Binnen de ondernemingen verlegt de aandacht zich van productie naar verkoop, van de fabriek naar de markt, van de ingenieur naar de salesmanager. Niet alleen de arbeidersmassa verdwijnt, ook de arbeider als sociaal type wordt een minderheid. De economische productieve klasse bestaat meer en meer uit hoger opgeleiden: een middenklasse, die voor de hele samenleving kenmerkend wordt.
Er is in ditzelfde verband nog een tweede ontwikkelingslijn: de verlegging van de aandacht van arbeid naar consumptie. Terwijl de massa- arbeid op zijn retour is, staat de massaconsumptie in volle bloei. De grauwe proletarische massa van vroeger is een bont consumentenpubliek geworden. De moderne werknemer vormt geen massa en is geen willoze afhankelijke. Hij kan zijn eigen boontjes doppen en doet dat zo mogelijk op persoonlijke titel. Vakbonden en cao`s nemen dus in betekenis af, en daarmee de politieke paraplu die socialisme heet. Een verdwenen socialisme laat echter een leegte achter, omdat er nu eenmaal in elke maatschappij een evenwicht moet bestaan tussen economische en politieke macht, tussen marktwerking en overheidsgezag.
Op de problemen van vandaag heeft het socialisme geen antwoord. Het put zich uit in schijnbewegingen die niemand echt kunnen overtuigen. Veel socialistische voormannen gedragen zich als burgermeesters in oorlogstijd. Ze blijven op hun post om erger te voorkomen zonder dat te kunnen!
Riens Meijer, econoom gespecialiseerd in kansen en bedreigingen in de 21ste eeuw