Nieuwsbrief



VVD, "Voor een werkend Europa".

5 sep 2008 | Dhr. Joop Oldenbroek

Het concept VVD-verkiezingsprogramma voor de Europese parlementsverkiezingen laat nog vele vragen open, put zich niet uit in visie en is soms in zich tegenstrijdig.

Het programma maakt geen gewag van de zich fundamenteel veranderden globale machtstructuren. Van een bipolare structuur naar een multipolare structuur. Wel stelt het programma dat de EU zich moet richten op de uitdagingen van de 21e. Eeuw zoals globalisering, veilgheid, klimaatverandering, immigratie, vergrijzing, energieafhankleijkheid en terrorismebestrijding. In de alinea na deze passus, wordt dan vermeld "omdat iets belangrijk is, hoeft het niet noodzakelijk door de Europese Unie gedaan te worden. Alleen als er belemmeringen voor het onderlinge economische verkeer zijn, grensoverschrijdende problemen in het geding zijn en er schaalvoordelen kunnen worden benut moet de EU er met volle kracht voor gaan. Zo niet, dan blijft het een nationale aangelegenheid: Dit maakt de VVD realistisch, kritisch en ambitieus. De VVD kiest voor een krachtig Europa van kerntaken."

Heet tweede hoofdstuk draagt als titel "Geen federaal Europa, wel meer samenwerking"  "Een federaal Europa met één federale regering in Brussel zal er niet komen en de idee dat Europa zich naar een superstaat ontwikkelt is niet aan de orde. De Nederlandse staat en de Nederlandse identiteit zullen behouden blijven", aldus de tekst van het concept programma.

Met slechts één zinnetje wordt naar de grotere bevoegdheden van het Europese Parlament in het "nieuwe verdrag" gewezen. Het gaat hier kennelijk over het verdrag van Lissabon, dat door het nee van de Ierse bevolking voorlopig nog zwevend is zonder uitzicht op een concrete oplossing. Geen enkele idee voor een verder gaande (parlementarische) democratische legitimering van de Europese instituties. Toch wordt vervolgens in hoofdstuk 3 met als titel "Een betere Europese markt" een  aantal punten, zoals o.a. een volledig vrije dienstenmarkt, inclusief gezondheidsdiensten en vrije postmarkt, de invoering van een gemeenschappelijke grondslag voor de vennootschapsbelasting, geformuleerd. Een aantal van deze punten komt al heel dichtbij de soevereiniteitsrechten van de natiestaat zoals wij die tot dusver kennen.

Terecht stelt men in hoofdstuk 5, dat Europa tot dusver een economische reus is, maar een politieke dwerg. Daarom wil de VVD dat Europa meer verantwoordelijkheid neemt bij het voorkomen en oplossen van internationale conflicten. Verder wordt vervolgens de term defensiebeleid genoemd om in de volgende alinea te schrijven "hoewel de EU geen militaire macht is, kan zij wel degelijk invloed in de wereld uitoefenen via niet-militaire middelen". In dit verband spreekt men dan van de EU als de grootste ontwikkelingsdonor. Juist in dit verband is zijn de lidstaten ieder voor zich dominerend en de EU centraal slechts een in verhouding kleine speler.

In hoodstuk 6 wordt de Europese samenwerking voor onze veiligheid aan de orde gesteld. Hier wil de VVD dat de EU meer middelen vrijmaakt voor een Europese grens- en kustwacht. Zeker verstandig en bitter nodig, maar het komt wel weer dicht bij de nationale soevereiniteit. Vervolgens wil men eigen opsporingsbevoegheden inclusief een gemeenschappelijke DNA-bank. In hoofdstuk 8 stelt de VVD zelfs een Europees Openbaar Ministerie voor om fraude door lidstaten, instellingen en individuen bij de besteding van Europese gelden beter te kunnen bestrijden.

Tenslotte is de VVD voor één Europees asiel- en immigratiebeleid. Men wil niet meer dat b.v. Spanje en nederland eenzijdig een generaal pardon afkondigen. Is dit een ingreep in de nationale soevereiniteit? Overigens getuigt de zin "De VVD wil niet dat de EU en Nederland immigratiegebied zijn", van onvoldoende realiteitszin en sluit men de ogen voor de fouten die men o.a. in Nederland sedert tientallen jaren heeft gemaakt, namelijk wij zijn het al jaren!

De eis van een strengere controle op besteding van Europese gelden is juist evenals terughoudendheid met betrekking tot verdere uitbreiding van de Europese Unie. Ook wil men radicaal het mes in landbouwsubsidies en structuurprogramma's zetten. Echter ten opzichte van Turkije is een halfslachtig standpunt ingenomen. Ja, op zijn vroegst over tien jaar het lidmaatschap maar dan zonder een vrij verkeer van personen, dus geen volwaardig lidmaatschap. Respect voor Turkije verdient een duidelijker standpunt: òf men is tegen een lidmaatschap van dit land en stelt naar voorbeeld van o.a. Bondskanselier Merkel een gepriviligeerde associatie voor of men is vóór het Turkse lidmaatschap zonder beperkingen.

De geinteresseerde kiezer, pro Europeaan of Euroscepticus, blijft met veel vragen achter. Geen Europese (federale) staat, maar wel de overdracht van verantwoordelijkheden die tenminste de schein van aantasting van nationale soevereiniteitsrechten wekken.

Mocht het verdrag van Lissabon geimplementeerd worden, wordt het democratisch gehalte van de Europese Unie weliswaar marginaal versterkt. Echter, dit kan slechts een tussen stap zijn. Wil de Europese Unie op termijn een sterke politieke positie binnen de nieuwe mondiale machtstructuren verkrijgen om de kansen van de globalisering optimaal te benutten en de gevaren ervan te kunnen bestrijden alsmede leidinggevend bij de rechtvaardige verdeling van welvaart en vrijheid voor alle wereldburgers zijn, zal zij zich een overtuigende en krachtige bestuurstructuur met zeer sterke democratische legitimatie moeten toemeten. Hier blijft het concept verkiezingsprogramma in gebreke. De burgers verdienen en verwachten dit laatste. Gaat de EU nog veel langer op de globale weg als tot dusver, zullen de wrange vruchten niet lang meer uitblijven. Een G7 met onder meer een economisch gedestabiliseerd Italie aan tafel en China, India en Brazilie niet, is nog maar weinig geloofwaardig. Een Veiligheidsraad met onder andere Frankrijk en Engeland als permanente leden met veto recht is ook niet meer van deze tijd. Het zelfde geldt voor instituties als het IMF, Wereldbank en OESO waar in Europa nu ook niet bepaald eenheid demonstreert. Ook een Europese Commissie die binnen de WTO onderhandelt, is evenmin overtuigend tenminste niet in de ogen van zowel de BRIC landen als de arme landen.     

Het is jammer dat juist de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie zich niet duidelijker voor wezenlijke versterking van een krachtige parlementaire, vertegenwoordigende democratie (zie Rutte's concept-beginselverklaring) binnen de EU uitspreekt.

Eveneens spreekt het programma op geen enkele manier een toekomstvisie uit, bij voorbeeld door de begrippen Natie en Staat, nu onlosmakelijk met elkaar verbonden, trachten te scheiden. Dit betekent niet, dat de nationale identiteit wordt opgegeven, wel dat men in overweging neemt een aantal kerntaken, ook met soevereiniteitskarakter, aan een groter geheel over te dragen om zo als Unie in het globale krachtenspel slagvaardiger te zijn. Het is niet realistisch te geloven dat de Europese Unie zich op den duur als een serieuze speler in de vorming van een nieuwe wereldorde zal kunnen handhaven. In de huidige constellatie worden de lidstaten wel heel makkelijk uit elkaar gespeeld. De affaire Georgie en de erkenning van een onafhankelijk Kosovo zijn slechts twee voorbeelden.      

Wat wordt de standtijd van het kabinet VVD/CDA met gedoogsteun van PVV?