Op de afgelopen ALV in Rotterdam verdedigde Mark Rutte met verve zijn beginsel programma. Er lagen 67 geclusterde amendementen voor waarvan er een twintigtal ter stemming kwamen die op hun beurt alle verworpen werden. Zoveel betreffende de mutatie van de VVD tot een debatpartij.
Kenmerkend was de focus tijdens de discussie op het begrip "verheffing van de onderklasse". Door Rutte bewust als een knipoog naar oude socialistische principes bedoelt en bij de sociale democratie sinds tientallen jaren in vergetelheid geraakt. De ledenvergadering echter wilde van het begrip klassen niets weten, het kon eens verkeerd uitgelegd worden!
Rutte mocht de term niet behouden en moest uitwijken naar de bewoording: "mensen die in moeilijkheden zijn".
Echter, in zijn oorspronkelijke tekst legde Rutte realiteitszin aan de dag en sprak duidelijke taal. De ledenvergadering gaf blijk ook door verwoestend virus van politieke correctheid gegrepen te zijn.
Natuurlijk kennen wij in Nederland een maatschappelijke onderklasse of lage klasse en die is nog sterk groeiend ook! De door Rutte bedoelde verheffing van deze onderklasse onder andere door goed onderwijs, zou een van de hoekpijlers van een modern sociale rechtvaardige politiek moeten zijn. Het is juist dat in de eerste helft van de vorige eeuw de toenmalige SDAP, de vakbeweging, maar ook kerkelijke verenigingen en instituten zoals de Maatschappij tot het Nut van het Algemeen, zich juist voor de verheffing van de onderklasse met succes inzetten. In de jaren 60 kwam de democratisering van het onderwijs in de mode. Echter, hiertoe werd bij voorkeur de weg van nivellering gekozen in plaats van extra inspanningen ter verheffing van hen die uit de onderklasse voortkwamen. De vakbeweging engageert zich onder andere niet meer op het terrein van algemene vorming maar is verkomen tot een buitenparlementaire politieke beweging met een eroderend ledenbestand.
Onze Duitse buren, hoewel zeer bedacht op politieke correctheid, spreken openlijk van ‘bildungsferne Schichten' (bevolkingslagen met een laag ontwikkelingsniveau). Wetenschappelijk weten we al lang, dat het sociale milieu zonder meer medebepalend is voor de school/opleidingsloopbaan van een kind, onafhankelijk van zijn intelligentie. Zo komen inmiddels 75% van de Duitse universitaire studenten uit gezinnen waarvan ten minste één ouderdeel zelf een universitaire studie gevolgd heeft.
De traditionele school of de overheid kunnen hoogstens het proces van de "verheffing van de onderklasse" mede sturen en begeleiden. Zoals een Limburgse VVD afdelingsvoorzitter het onlangs juist formuleerde, wij hebben in Nederland geen voldoende sociale infrastructuur meer op microniveau. Politiek bestuurlijk Nederland denkt overwegend nog op een macroschaal.
In deze zin was de "verheffing van de onderklasse" een hoekpijler in Rutte's beginselprogramma, die nu helaas door de ALV tot een nietszeggende opmerking is gereduceerd. Een cruciale denkfout en een gemiste kans duidelijk liberaal profiel te tonen. Want laten we eerlijk zijn, zonder "verheffing van de onderklasse" in een vergrijzende maatschappij, kunnen we lang blijven dromen van een kenniseconomie, maar ook van sociale cohesie. Vooral voor dit laatste is een goede sociale infrastructuur op microniveau een absolute noodzakelijkheid en een investering met een hoog rendement.