Nieuwsbrief



Met werkelijkheidszin naar het Nieuwe Jaar!

26 dec 2008 | Dhr. Joop Oldenbroek

De financiële crisis heeft de overige politieke gebeurtenissen van het bijna achter ons liggende jaar overschaduwd. De roep naar de staat is overal luider geworden, zij het naar meer regulering, zij het naar steun. Deze en gene voorspellen het einde van het kapitalisme en de vrije markt en hopen op een herbeleving van een op het marxisme geënte politiek.

Wat duidelijk is geworden, is de betrekkelijkheid van economische prognoses. Alle knappe modellen kunnen namelijk niet de belangrijke factor van de menselijke psyche voorspellen. Deze nu heeft zonder meer een overheersende rol bij de toespitsing van vooral de economische gevolgen van de financiële crisis. Ook wat de duur van de recessie betreft, speelt het psychologische element een bepalende rol. Gezien het consumentengedrag in onder andere ons land en Duitsland in de laatste twee maanden, geeft aanleiding tot optimisme. Ook de duidelijk stijgende vraag naar nieuwe hypotheken in de VS is hoopgevend.

De Euro heeft zich als een stabiliserende factor in deze crisis bewezen. De Eurogroep heeft binnen de EU tijdig zijn leidende rol bij het gestalte geven van een geconcerteerde actie om op het niveau van de Europese Unie de gevolgen van de financiële en economische crisis te verzachten, opgepakt. Natuurlijk waren er hier en daar irritaties. Echter, bij nader inzien was het niet veel meer dan gezeur in de marge. Het voorbeeld Groot Brittannië laat de gevolgen van een economische groei zien die bijna alles op (financiële) dienstverlening zet en daarbij gelijktijdig zich de domme luxe van een eigen munt te veroorloven. Rule Brittannia definitief adé.

Het besluit van onze regering systeem relevante banken overeind te houden, was juist, maar niet echt bijzonder. Een rente van 8,5% voor de verleende steun werkt niet bepaald bevorderend op gunstige kredietvoorwaarden voor het bedrijfsleven en staat diametraal op rentepolitiek van de ECB. De wijze waarop in het bijzonder Wouter Bos in de zaak ABN/Fortis heeft gehandeld, werpt veel vragen op en schreeuwt om nader onderzoek. De indruk overheerst, dat op brutale struikrovermanier vele duizenden kleinere aandeelhouders en indirect honderdduizenden mensen wier pensioenfondsen krachtig in dit aandeel geïnvesteerd hadden, onnodig onteigend werden. Het aureool dat Bos nu wordt toegedicht op grond van zijn zogenaamde daadkracht in dit complex, zou zich in het komende jaar wellicht als nep kunnen bewijzen. Hier zijn borende vragen, respectieflijk een parlementair onderzoek, werkelijk op zijn plaats.

Natuurlijk is het noodzakelijk tot een nieuwe en gedegen architectuur van de financiële markten in mondiaal verband te komen. De G20 top in Washington heeft de eerste stappen daartoe in de goede richting gezet. Nu in maart de eerste concrete voorstellen afwachten en vervolgens kritisch volgen. De oproep niet in protectionisme te vervallen en haast te maken met de lopende WTO ronde, is juist. De eerste reacties van de opkomende economieën zoals China en India zijn hier hoopgevend. Alleen Rusland schijnt naar oude oplossingen te willen grijpen, hoewel ook dit land de vergaande globalisering die ook haar economisch welzijn bepaalt, heeft toegegeven. Het streven naar een kartel van gasproducenten bergt zekere gevaren in zich. Wel is juist, dat er eindelijk een globale aardgasmarkt komt die los van de oliemarkt staat. Alleen al in ons land kennen wij meer dan een dozijn aardgasmarkten. Het speculatieve karakter van deze energiemarkten zoals wij dat in de afgelopen maanden met prijsbewegingen van $150 naar $40 per vat, hebben gezien, is voor een gezonde economische ontwikkeling niet dragelijk. Het zelfde geldt ook voor andere primaire grondstoffen.

Reeds nu kunnen we zeggen, dat we geleerd hebben van de crisis van 1929. Geen restrictieve geldmarkt politiek, geen protectionisme en geen extreme spaarkoers ten aanzien van overheidsuitgaven. Dit betekent niet, dat men om kortstondige politieke overwegingen zich tot het andere uiterste moet laten verleiden. Deze crisis biedt genoeg kansen in positieve zin. Slecht geleide bedrijven zullen het onderspit delven, hoe pijnlijk dit voor de direct betroffen mensen dat ook moge zijn. Kansrijke bedrijven met ontwikkelingspotentieel moeten juist nu gefaciliteerd worden om dit potentieel versneld tot ontwikkeling. Geplande infrastructurele overheidsinvesteringen, vaak door overdreven regelgeving en bureaucratische processen geblokkeerd, moeten met gedurfde prioriteit tot uitvoering komen, ook wanneer hier en daar een procedurele fout wordt gemaakt. Alleen in dit opzicht is een tijdelijke toename van de staatsschuld verantwoord met als voorwaarde, dat na de recessieve periode, versterkt de staatsschuld weer verminderd wordt.

De VS zijn en blijven voorlopig nog de belangrijkste economische groei factor, in het bijzonder voor de opkomende economieën. De inkomende president wordt met optimisme verwacht, zowel in de VS zelf als ook in het buitenland. Nog is het gissen. Positief is de mentale veerkracht van de Amerikaanse bevolking en haar optimisme. Gezien de samenstelling van zijn administratie wijst veel op een voortzetting van de lijn van de regering Clinton. Het in standhouden van verouderde en inefficiënte industrieën, zoals de Amerikaanse automobielindustrie, is contraproductief. De aankondiging in de komende twee jaar tot drie miljoen nieuwe arbeidsplaatsen te willen scheppen oogt naïef. Hoe belangrijk politiek ook mag zijn, zij kan geen arbeidsplaatsen scheppen! Alleen de markt kan dit bewerkstelligen. Hier ligt een groot risico voor Obama. De ogenblikkelijke euforie over de wisseling van de wacht in de VS, kan snel in teleurstelling omslaan indien snelle successen op dit gebied uitblijven met alle gevolgen van dien. De aankondiging versterkt in infrastructuur te willen investeren is enerzijds voor de VS dringend geboden en kan anderzijds tot nieuwe arbeidsplaatsen leiden. Nog een kleine maand afwachten, dan weten we, gezien de voortvarendheid van Obama's team iets meer.

Ondanks alle gevaren en onzekerheden die nog op de loer liggen, is er geen andere keus als op positieve manier de kansen die er ook zijn, met beide handen aan te pakken. De globale trend moet verder versterkt worden. Sociale rechtvaardigheid en welzijn houden niet bij de grenzen van ons land op, ook niet bij de grenzen van de Europese Unie. Alleen al uit eigen lijfsbehoud kunnen wij niet anders als ook bij deze begrippen globaal te denken en te handelen. Al was het alleen maar voor onze toekomstige generaties.

 

Wat wordt de standtijd van het kabinet VVD/CDA met gedoogsteun van PVV?