Nieuwsbrief



Januari 2009, een analyse van politiek Nederland

6 jan 2009 | Dhr. Joop Oldenbroek

De financiële en economische crisis hebben overeenkomstige de meest recente peilingen geen aardverschuiving in de politieke verhoudingen in Nederland laten zien. De PvdA heeft haar positie voorlopig het duidelijkst kunnen verbeteren. Hierbij moeten we het "Vogelaar - effect" echter niet onderschatten. De initiële rol van Bos in het managen van de financiële crisis zal in de loop van dit jaar eerst op haar werkelijke merites duidelijk worden.

Ondanks de luider wordende kreten over het einde van kapitalisme en (neo-)liberalisme en de roep naar meer staat, zien wij in de politieke peilingen ook geen verzwakking van die partijen die tot het liberale en conservatieve spectrum gerekend kunnen worden.

Bos is geneigd in de komende jaar of twee de strikte begrotingsdiscipline te willen los laten, terwijl het CDA vast wil houden de staatsschuld binnen de perken te houden. Hierbij moeten we wel vasthouden dat de begroting voor dit jaar op veel te optimistische prognoses is gebaseerd en al om deze reden aan alle kanten rammelt. Echter, hier ligt een behoorlijk conflictpotentieel voor de zittende coalitie. Conflictpotentieel schuilt, hoe onbegrijpelijk ook, voor het CDA in de kwestie Irak. Of het CDA zich genoodzaakt zal zien de stekker uit de huidige coalitie te trekken zal zich eerst in de loop van het tweede halfjaar duidelijk worden. Veel zal van de praktische gevolgen van de economische crisis afhangen en in hoeverre de populariteit van de PvdA toeneemt. In dit kader is het onbegrijpelijk dat het CDA niet sterker het economische beleid op de voorgrond stelt, ook al zou dit vervanging van de huidige zwakke minister betekenen.

De liberale stroming

Wat de toestand van onze eigen politieke familie betreft, is het enige positieve feit, dat aan het begin van dit jaar geen trend naar het linkse spectrum te zien is. Verontrustend is echter wel, dat de VVD in deze tijd van economische en financiële moeilijkheden, niet haar in historisch perspectief gezien traditionele leidende competentie op financieel-economisch gebied in electoraal succes in de peilingen kan omzetten. De problemen voor de VVD zijn dus nog steeds immens. Rutte's nieuwe beginsel programma, zijn GroenRechts pamflet en het Europese verkiezingsprogramma met de gewenste toetreding van Turkije als bijzonder high light, hebben tot dusver nauwelijks wervende invloed gehad op de kiezer. Ook een in veler ogen charismatische voorzitter maakt weinig verschil. Het vertrek van Henk Kamp en Hans van Baalen uit de Tweede Kamer heeft evenmin geen invloed op de peilingen. De VVD kampt kennelijk met een geloofwaardigheidsprobleem dat tot op zekere hoogte ook met een zwak personeelsbeleid verbonden is. Dit probleem bestaat sinds het aantreden van Hans Dijkstal en werd bij de laatste verkiezingen nog enigszins opgevangen door, tegen de wil van de partijleiding, de zelfstarter Verdonk.

Daarentegen laat Alexander Pechtold zien dat een eloquente persoonlijkheid electoraal het verschil kan maken. Als minister maakte hij niet bepaald een gelukkig figuur. Vanuit zijn achtertuin als ambteloos burger werd hij tot lijsttrekker verkozen. Hij en zijn partij betaalden een forse prijs bij de laatste verkiezingen. Zonder een nieuw inspirerend programma weet hij desalniettemin ten minste in de peilingen aan de vroegere successen van D'66 aan te knopen. Ook de groeiende populariteit van Bos gaat spoorloos aan Pechtold voorbij. Zijn aanvallen op Wilders zijn blijkbaar wel geloofwaardig in tegenstelling tot die van Rutte c.s.

De PVV houdt consequent een duidelijke vast. Islam en immigratie worden door anderen ten onrechte uitvergroot. Echter, ook ten aanzien van de verhouding tot de Nederlandse Antillen en justitieel beleid zien wij andere partijen opschuiven naar haar standpunten. Hierin schuilt gevaar voor de PVV. Naar het schijnt nadert de PVV langzamerhand haar electoraal potentieel. Alleen een dramatisch incident, dat een emotionele lawine in het land veroorzaakt, kan de PVV nog tot zeer grote hoogte brengen.

TrotsopNederland

TrotsopNederland met Rita Verdonk aan het roer, had in het afgelopen met veel (huisgemaakte) tegenspoed te maken, dat tot dusver onvoldoende door inspirerende en aansprekende politieke alternatieven in evenwicht kon worden gebracht. TrotsopNederland doet er goed aan snel het 'Stan Huygens' Journaal imago" af te leggen. Op deze wijze wordt geen duurzame politiek momentum geschapen. Verre van dat! Voor een beweging met de ambitie een brede volksbeweging te willen zijn, staat deze wereld van de "happy few" eerder in de weg.

Tot dusver komt TrotsopNederland over als een gesloten organisatie waar slechts enkelen de dienst uitmaken. In dit opzicht lijkt een vergelijking met de PVV gerechtvaardigd. Echter, de PVV colporteert niet met meer directe democratie als politiek credo. Van een politieke beweging die dit in haar vaandel schrijft, verwacht men dat leden en/of kiezer medezeggenschap hebben in zaken als bestuur en programma van die beweging. Anders wordt het woord directe democratie een loze kreet. Indien men bewust voor een gesloten organisatievorm zoals de PVV, kiest, dan stoot het electorale potentieel vrij snel aan haar grenzen. Ook een strak geleide kaderpartij als de SP, onafhankelijk van de programmatische inhoud, laat duidelijk zijn electorale beperkingen zien. In het licht van het "LPF syndroom", is zowel de houding van de PVV als TrotsopNederland tot de vraag ledenpartij of niet, begrijpelijk. Echter nu beide organisaties hun intentie aan de komende gemeenteraadsverkiezingen deel te willen nemen, verklaard hebben, zullen zij in dit opzicht in een spagaat terechtkomen. Juist hier loert het gevaar voor een beginnende politieke beweging gelukzoekers aan te trekken. Hoe zeer een handvol vrijwilligers op (landelijk) kieskringniveau zich ook de moeite geeft zorgvuldig een screening van potentiële kandidaten door te voeren. Juist hier speelt de plaatselijke afdeling in het huidige partijenbestel een zinvol correctief. Dit geldt eveneens voor de programmatische locale politieke inhoud.

Incidenten op gemeentelijk niveau hebben voor nieuwe bewegingen een veel grotere impact, dan voor nationaal gevestigde partijen. Zo bezien zou het tactisch voor TrotsopNederland wellicht effectiever zijn aan de Europese verkiezingen deel te nemen bij wijze van vingeroefening voor de volgende kamerverkiezingen, als haar in opbouw bevindende organisatie met de gigantische organisatorische en logistieke klus van gemeenteraadsverkiezingen te belasten.

Dit jaar zal voor TrotsopNederland van grote betekenis voor haar politieke toekomst zijn. Het in december 2008 gepubliceerde visiedocument heeft electoraal vrijwel geen effect gesorteerd. Ook het voor dit voorjaar aangekondigde manifest zal in de electorale momentopname van peilingen niet echt het verschil maken. De gemiddelde kiezer interesseert zich weinig voor programmatische inhoud. Dit betekent niet, dat het inhoudelijke element te verwaarlozen is, in tegendeel!

Een zichtbaar optreden in de Kamer met een gewiekste debatdeelname à la Pechtold en Wilders is in electoraal opzicht effectief. Hierbij is het vasthouden van een strategische rode draad essentieel. Ook het aan de kaak stellen van systeemimmanente absurditeiten in de dagelijkse beleidsuitvoering die de kiezer emotioneel uit het hart gegrepen zijn, zal het verloren virtuele electoraat langzaam maar zeker terugbrengen.

Wat zeggen de peilingen ons

Wilders en zijn PVV, evenals D'66, benaderen qua grootte min of meer de verzwakte VVD. Deze drie partijen, die in de ruimste zin van het woord tot het liberale spectrum gerekend kunnen worden, vertegenwoordigen na de laatste peilingen bij 50 zetels. Met TrotsopNederland zelfs 56 zetels. PvdA, SP en GroenLinks liggen gezamenlijk bij 54 zetels.  Het confessioneel georiënteerde blok heeft 38 zetels. Zouden bij de eerstvolgende kamerverkiezingen de werkelijke verhoudingen ook zo liggen, is alleen een voortzetting van een coalitie van CDA, PvdA en VVD het enig mogelijke rekenmodel voor een driepartijen coalitie. Andere combinaties verlangen ten minste vier partijen om tot een parlementaire meerderheid te komen. Waarlijk geen aantrekkelijk perspectief voor de politieke toekomst van Nederland.

Het zou te gemakkelijk zijn de verantwoording voor deze onaantrekkelijke constellatie bij de kiezer te leggen. Ook een verandering van ons kiesstelsel doormiddel van de invoering van een kiesdrempel, is geen effectieve optie. Om werkzaam te zijn, zou deze duidelijk meer dan 5% moeten bedragen. Bij 5% zouden bij het meest recente peilingscenario wellicht de PvdD en de SGP buiten de boot vallen. Het probleem van de bovenmatige politieke verdeeldheid is daarmede niet opgelost. Het nog lopende initiatief van een aantal prominente lieden uit VVD, PvdA, D'66 en GroenLinks om tot een progressief liberale samenwerking te komen zou eerder perspectief bieden om tenminste tot een noemenswaardige politieke ruilverkaveling te komen. Een zelfde proces op conservatief liberaal niveau is in dit stadium nauwelijks realistisch te noemen, hoe wensenwaard het ook moge zijn. Hierdoor laat het conservatief/liberaal blok de mogelijkheid als wellicht de belangrijkste politieke stroming een bepalend stempel op het bestuur van ons land te drukken, liggen.

De getalsmatige verhoudingen tussen ideologische/filosofische blokken, socialistisch/sociaal democratisch, liberaal/conservatief en confessioneel laten nu een evenwicht zien tussen "links" en "rechts". In vergelijking met de laatste kamerverkiezingen zien we "links" op een verlies van 17% en "rechts" op een winst van bijna 65%. Hierbij houden zich progressief - liberaal en conservatief/liberaal met een winst van 13, respectieflijk 12 zetels in evenwicht. Het confessionele blok liet een daling van 22% zien. Deze daling komt geheel voor rekening van het CDA.

Dit overzicht is slechts op peilingen berust en heeft dus geen empirische wetenschappelijke waarde. Daar de peilingen met grote regelmaat uitgevoerd worden, is het aflezen van trends wel geoorloofd. Het ideologische aspect speelt geen dominante rol. Bij nadere analyse speelt de persoon van de voorman bij de hier vermelde verschuivingen de grootste rol. Dit zien we bij de SP, duidelijke daling na de wisseling van de wacht in de fractieleiding, bij D'66 en de PVV. Kortom, de populariteit van de voorman of -vrouw is, tenminste in de peilingen, een bepalende factor voor het electorale succes van een politieke beweging verantwoordelijk en minder de inhoud.

Het politieke liberalisme in Nederland is aan een herbezinning toe. Juist een scheppend liberalisme heeft de antwoorden en oplossingen voor een optimalere inrichting van staat en samenleving. Daarover in enkele dagen meer.

Wat wordt de standtijd van het kabinet VVD/CDA met gedoogsteun van PVV?