Het actuele probleem van de ware liberalen is, dat zij te zeer in verband gebracht worden met de financiële en economische crisis die de wereld op het ogenblik treft, respectieflijk het etiket neoliberaal dat te pas en te onpas op alle wantoestanden wordt geplakt. Opmerkelijk is, dat het begrip neoliberaal nog nooit wetenschappelijk gedefinieerd is geworden, noch in Europa of de Verenigde Staten.
Frank Ankersmit heeft in een aantal opmerkelijke opinieartikelen in zowel de 'Volkskrant' en de 'NRC' enkele maanden terug onder andere dit probleem aan de kaak gesteld en ook de VVD verweten, het pad, van wat Ankersmit van het "scheppende liberalisme" noemt, heeft verlaten. Dit scheppende liberalisme was kenmerkend voor het liberalisme in de 19e eeuw. In een repliek heeft F.Bolkestein dit van de hand gewezen. Ankersmit, kennelijk gefrustreerd door het onvermogen van de VVD een gestructureerd liberalisme discussie aan te gaan en publiekelijk over het voetlicht te brengen en vooral te wijzen op de scheppende kracht van het liberalisme juist in deze tijd, heeft zijn VVD lidmaatschap als logische consequentie opgezegd.
Internationaal zien we hoe bij voorbeeld de liberale erfenis van Margaret Thatcher ten onrechte voor de val van het Angelsaksische model van het financiële kapitalisme verantwoordelijk gemaakt wordt. Gedurende haar regeringsperiode, die op 3 mei 1979 begon, kende Groot Brittannië een wezenlijk kleine, maar ordende staat. Meer dan drie miljoen onderdanen konden voor het eerst in hun leven een eigen huis verwerven, de noodlijdende kolen- en staalindustrie werd effectief gesaneerd, de heimelijke regering van de vakbonden werd opzij gezet en de basis voor een krachtige financiële sector gelegd. Alles onder het toeziend oog van een kleine, maar duidelijk ordende staat. Uiteindelijk was het Blair met zijn "Third Way" en in zijn gevolg de huidige premier Brown, die eerst de fatale ontkoppeling van het financiële kapitalisme van de werkelijke economie bewerkstelligde. Maar Thatcher krijgt de schuld! In Duitsland zien we een soortgelijke ontwikkeling, hoewel gematigder, die door de sociaal democraat Schröder werd geleid.
In de VS zette na Reagan, Clinton de deur voor een soortgelijke ontwikkeling verder open.
Door haar eigen verdeeldheid, vergelijkbaar met het vooroorlogse liberalisme in de 20e eeuw, heeft zich het (politiek) liberalisme als gestaltegevende kracht in Nederland zelf buitenspel gezet. Een bezinning op de ware liberale uitgangspunten die het liberalisme tot de dominerende politieke kracht in de tweede helft van de 19e eeuw maakten en nog niets aan actualiteit hebben ingeboet, is de enige weg terug om weer een bestemmende politieke kracht te worden.
Het politieke dilemma waarin Nederland zich bevindt en dat door de onvolprezen Pim Fortuin voor het eerst duidelijk zichtbaar gemaakt werd, is de consensus cultuur. In deze consensus cultuur, waarin politiek en staat wezenlijke beslissingen en uitvoering van beleid aan het amorfe maatschappelijk middenveld overlaten en zichzelf indekken om verantwoording te ontlopen, is bij grote delen van de bevolking een groot gevoel van onvrede en onbegrip ontstaan. Deze ontwikkeling, zoals de peilingen gedurende langere tijd ons laten zien, voert uiteindelijk naar onregeerbaarheid van het land en versterkt de roep naar een krachtige leider los van een bepaalde politieke ideologie. Dit potentiële leiderschap wordt door 20% tot 30% van de kiesgerechtigde bevolking Geert Wilders toegedicht, ongeacht of het nu Europa, integratie of de zogenaamde graaicultuur betreft. Een zwalkende VVD onder Rutte betaalt een zeer hoge prijs, een Pechtold wint (tijdelijk) aanzienlijk door Wilders als vijandelijk beeld te demoniseren. Ondanks haar brede maatschappelijke verankering overtuigen het CDA en de PvdA evenmin de kiezer en kunnen nog nauwelijks op 20% van het electoraat rekenen.
Margaret Thatcher formuleerde het spits: "Consensus is, naar ik het begrijp, een proces dat alle overtuigingen, principes en waarden, ook alles wat duidelijke politiek is, prijsgeeft. Het leidt tot iets, waaraan uiteindelijk niemand nog gelooft en dat niemand nog tegenspreekt."
Wilders zal slechts een episode van vier tot acht jaar in de politieke geschiedenis van Nederland zijn, mits andere politieke krachten hun verantwoordelijkheid nemen en grondig het 's land bestuur hervormen en overtuigend het gevoel van een rechtvaardige maatschappij aan het (kiezers-) volk teruggeven.
Het ware (politieke) liberalisme is de ideologische garant voor rechtvaardigheid, levenskansen en prosperiteit in een sterk veranderende wereld. De VVD zou de kiemcel voor een dergelijke ontwikkeling moeten zijn. Daarvoor moet zij bereid zijn tot een fundamentele personele en programmatische ruilverkaveling. Of dit door de zittende nomenclatuur te bewerkstelligen is, is de vraag. Misschien brengt 4 juni een en ander in een stroomversnelling.