Onze Nederlandse politici en die niet alleen, zouden eens moeten ophouden de wereld in Nederland en Europa in te delen. In de huidige fase zouden zich alle, zowel als Nederlandse als ook Europese politici dit moeten begrijpen. De burger zal zich nauwelijks enthousiasmeren indien onze politici slecht of helemaal niet over Europa spreken.
De Unie bekommert zich tot dusver voornamelijk om valuta (de Euro), concurrentie en de binnenmarkt. De vroegere commissievoorzitter Jacques Delors heeft eens gezegd: "Men kan niet verwachten, dat de mensen van een markt houden." (of zich met een markt identificeren, red.).
In de huidige verkiezingscampagne is de eurosceptische lijn overluid te horen. Stoere praat over het Nederlands belang in het middelpunt stellen bij de benadering van de EU, een jonge politieke beweging gaat zelfs zover, tenminste voorlopig, weer de grenscontroles aan onze grens in te voeren, is niet uit de lucht. De debatten worden echter eenduidig gedomineerd door binnenlandse politieke onderwerpen. Aan de vraag of het Europese belang en het Nederlandse belang niet identiek zijn, wordt vrijwel geen aandacht besteed. De hedendaagse werkelijkheid zou bij objectieve analyse hier overduidelijke antwoorden in positieve zin op geven.
Nog belangrijker zijn de uitdagingen van deze eeuw waarvoor wij gesteld zijn. Wij betekent niet alleen wij in Nederland, maar gezien de dimensie van deze uitdagingen, wij, mensen, in de hele wereld. De 21e.eeuw zal de eeuw hebben waarin de mensheid zich gesteld ziet voor de fundamentele verbouwing van zijn economie en in consequentie zijn maatschappelijk leefpatroon. De snel naderende eindigheid van fossiele energie en andere natuurlijke resourcen inclusief van (zoet) water, de mondiale bevolkingsgroei samen met het migratievraagstuk, de klimaatverandering en de terechte druk op het westen met betrekking tot een rechtvaardigere verdeling van welvaart en welstand zijn uitdagender en complexer dan de mensheid ooit onder ogen heeft gezien.
Was vooral voor Europa de 19e. eeuw van secularisatie, de eerste fasen van de vorming van de natiestaat en de industriële revolutie, was de 20e. eeuw een eeuw van geweld en strijd tussen ideologiën. De bereidheid leringen uit de fouten van de Vrede van Versailles die na beëindiging van de Eerste Wereldoorlog tot stand kwam, leidden mede tot de eerste stap voor de vorming van een verenigd Europa, Kolen en Staal Gemeenschap, ontsproten aan de visie van Jean Monnet (overigens als men toen een referendum gehouden zou hebben of men een dergelijk verdrag met de 'aartsvijand' Duitsland zou moeten sluiten, zou het resultaat zeker negatief geweest zijn). Toch hebben vooruitziende politieke leiders doorgezet en vervolgens de Europese Economische Gemeenschap op weg gebracht die weer uitmondde in de huidige Europese Unie (van soevereine staten) inclusief een muntunie voor een deel van de Unie. Op 18 juli 2003 bood de voorzitter van de Europese Conventie het ontwerp - verdrag tot vaststelling van een grondwet voor Europa. Dit verdrag werd door referenda door de Franse, Ierse en Nederlandse kiezers verworpen met als gevolg dat nog steeds het niet onomstreden Verdrag van Nice, dat op 1 februari 2003 in kracht trad, de huidige spelregels binnen de Unie bepaald. Het Verdrag van Lissabon, getekend op 13 december 2007 en inmiddels door 26 van de 27 lidstaten parlementair geratificeerd, wacht nog op ratificatie door Ierland door middel van een referendum in oktober van dit jaar. Hoewel afgezwakt in vergelijking tot het grondwettelijk verdrag van 2003, biedt het de mogelijkheid tot werkzamere hervormingen van Europese instituties en versterkt het de positie van het Europees Parlement, dat wij op 4 juni aanstaande voor een periode van vijf jaar weer kunnen verkiezen. Een kleine stap in de richting de Unie beter op de uitdagingen van de 21e.eeuw voor te breiden
Een van de leringen uit de financiële crisis is een strengere regulering van de financiële markten met het daarbij behorende toezicht en handhaving, tenminste op niveau van de monetaire unie. Nu kennen wij op het niveau van de 27 lidstaten 80 toezichthouders!
Het totale mondiale kredietvolume bedraagt het vijftienvoudige van het mondiale bbp. Nu deze zeepbel uit elkaar gespat is, geldt het de uit het niets komende wonderbaarlijke geldvermeerdering van de financiële markt weer een gezonde relatie met de werkelijke economie te geven door werkelijke substantiële waarden als uitgangsbasis voor alle financieel en economisch handelen in de voorgrond te stellen.
We winden ons op over de piraterij in de Golf van Aden. Een beetje NATO, enkele oorlogsschepen die er namens de EU varen en een onduidelijke juridische basis die tot een berechting van de gevangen genomen piraten zou moeten leiden. Een van de complicaties ligt in het feit, dat de EU in volkerenrechtelijk opzicht geen staat is. Overigens weten we op grond van informatie van inlichtingendiensten, dat deze piraten vanuit London worden aangestuurd en de operationele basis zich in Kenia bevindt.
Verhitte gemoederen over de verkoop van nutsbedrijven aan in Duitsland en Zweden zetelende ondernemingen, jawel, de binnenmarkt van de EU dus. Nederland is dan wel een zelfstandige natie, economisch zijn wij feitelijk al lang een regionale markt van een grote Europese binnenmarkt. Overigens verliezen wij ook nog eens uit het oog, dat dit slechts energie producerende bedrijven zijn, die hun grondstoffen van buiten de Unie moeten betrekken. Gezien de enorme herstructurering van de energieverzorging op de langere termijn en de daarmede verbonden investeringen (onderzoek en nieuwe productiemiddelen) speelt de grote van schaal een rol om concurrerend te kunnen zijn. In de toekomst zal de bouw van een adequaat grensoverschrijdend netwerk voor verschillende energie bronnen een Europese kerntaak zijn.
Hetzelfde geldt voor een gestandaardiseerd Europees hsl netwerk. Of wilt u nog verdere lachwekkende en geldverslindende hsl zuid ervaringen. Ook op telecommunicatiegebied is nog een wereld te winnen. In plaats van per land (te) dure licenties te veilen, kan men licenties gratis vergeven, gebonden aan de eis een moderne infrastructuur te scheppen, ook in dunbevolkte regio's. Finland heeft hier een succesvol voorbeeld gegeven en op deze basis kon Nokia een leidende positie op de wereldmarkt voor mobile telecommunicatie veroveren met de bouw van infrastructuur als uitgangsbasis.
In het komende decennium zullen nieuwe mondiale invloedsstructuren vorm krijgen. Indien wij de EU niet op een verdiepte institutionele basis stellen, zal zich binnen de G20 groep een G2 as vormen, te weten China en de VS. Dit zal doorwerken tot in instituties zoals het IMF en de Wereldbank. Het is echter een Europees belang deze ontwikkeling naar een G3 as om te vormen. Ook in de relatie tot Rusland speelt dit een beslissende rol.
Een voorbeeld: China werd het afgelopen jaar door 450 officiële regeringsdelegaties vanuit de Europese Unie "geteisterd". De burgemeesterbezoeken met regionale delegaties zijn daarin niet meegeteld. Gelukkig dat de Chinezen zulke beleefde mensen zijn.
Zelfs in het ten opzichte van Europa terughoudende Verenigd Koninkrijk, hoort men de laatste tijd positieve geluiden met betrekking tot de EU. In een interview met de krant "The Guardian" van 17 mei met de Engelse minister van buitenlandse zaken, David Miliband, verwees deze onder meer uitdrukkelijk naar het rapport van de European Council on Foreign Relations ter voorbereiding van EU - China top te Praag van 21 mei 2009, dat het gebrek van slagkracht van individuele Europese staten in zaken als handel, mensenrechten en Tibet aan de kaak stelde. Verder stelde hij: "Europa is onvoldoende strategisch in haar relaties met China. Ik denk dat dit voornamelijk institutionele redenen heeft. De relatie van de EU en China is een goed voorbeeld voor het Verdrag van Lissabon. Momenteel wordt bij iedere EU - China top de Europese zijde door een verschillende president geleid en ieder jaar is er weer een andere prioriteitenlijst."
In dit verband is ook de strijd om toegang tot schaars geworden of wordende delfstoffen te noemen. China heeft bij voorbeeld exclusieve exploitatierechten voor grote hoeveelheden van silicium verworven. Voorlopig een belangrijke grondstof bij de fabricage van bij voorbeeld zonnepanelen.
In de komende decennia zal de strijd om voedingsmiddelen in grote delen van de wereld een belangrijke rol spelen verbonden met de nodige sociale springstof. Een aantal rijke landen, onder andere uit de Arabische wereld heeft de afgelopen jaren al meer dan een miljoen hectare vruchtbare landbouwgrond in een aantal arme landen gekocht of langdurig gepacht. Dit blijft niet zonder gevolgen voor ons deel van de wereld. De hieruit resulterende problematiek gaat met zekerheid de kracht van iedere lidstaat afzonderlijk ver te boven.
Deze zeker niet volledige samenstelling van enorme uitdagingen maakt het is voor ieder weldenkend mens duidelijk, dat met de huidige stroperige beslissingsstructuren, een commissie met begrenst mandaat samen met het ontbreken van een overtuigende democratische legitimatie en op te grote afstand van de Europese soeverein, de kiezer, deze enorme uitdagingen moeilijk succesvol aangepakt kunnen worden.
De druk van de mondiale ontwikkelingen zal in de komende tijd de snelheid en de verdere verdieping van de Europese Unie bepalen.
Het gaat niet om meer of minder Europa ten koste van of ten bate van de zogenaamde nationale identiteit. Europa is een werelddeel met een lange gemeenschappelijke ontwikkeling die zijn bakermat in het antieke Griekenland vond en zich via de Romeinse cultuur die ons land zelfs direct beroerde, verder ging. Vervolgens zette Karel de Grote accenten van een pan Europese dimensie, het Heilige Roomse Rijk was over de huidige nationale grenzen lang beeld bepalend. Voor ons land hadden de Duitser Luther en de Fransman Calvijn tot op de dag van vandaag aanhoudende invloed evenals de Portugees Spinoza. De Franse Revolutie lied ook ons land niet onberoerd, het Weense Congres bombardeerde ons tot Koninkrijk en dwong ons definitief afscheid te nemen van de succesvolle republiek als staatsvorm. De geroemde Vader des Vaderlands, Willem van Oranje, was Duitser die aan het Spaanse hof van Karel V opgevoed werd. Op enkele weinige uitzonderingen uit de 19e.eeuw na, vond de vorming van de natiestaat zoals wij die vandaag kennen eerst in de 20e eeuw plaats, helaas meestal niet zonder geweld. Is het in dit licht bezien juist het begrip nationale identiteit zo sterk op de voorgrond te stellen? Gezien onze gezamenlijke historisch - culturele ontwikkeling, beschikken wij over sterke gemeenschappelijke wortels. Wortels die zo sterk zijn, dat wij als Europeanen wezenlijk beter af zijn ons gezamenlijk de verantwoording in een zich in ombouw bevindende wereld in deze eeuw te stellen dan als nationaal lootje aan een Europese stam. Dit in het belang van de Nederlandse burgers en zo van alle Europese burgers.
Mocht de ontwikkelingen het nodig maken delen van de soevereiniteit over te dragen aan een Europees geheel, betekent dit nog niet, dat hiermede onze identiteit verloren gaat. Die ligt in de eerste plaats in onze eigen persoonlijkheid. De wortels van onze identiteit liggen immers in historisch - cultureel perspectief in Europa en hooguit de fijne haarworteltjes in Nederland. Het is begrijpelijk, dat menig burger deze mogelijke ontwikkelingen angst maken. De volksmond zegt niet van ongeveer, dat angst een slechte leermeester is.
Zoals de historicus en politiek filosoof, oud medewerker van Frits Bolkestein, Luuk van Middelaar in een bijdrage in Trouw van 20 mei onder meer stelde, hierbij aan Nietzsche refererend, is het feit dat wij over 'beschikken over de toekomst' ons tot politieke wezens maakt. Een geslaagd politicus schept feiten op de drempel van het ogenblik en overspant daarmede de tijd. "Dan maakt hij van het moment een passage", aldus van Middelaar.
Volgens van Middelaar is de homo politicus een tijdkunstenaar, die feiten schept op de drempel van het ogenblik. En juist doordat Europa nog onvoltooid is, biedt het daar al zestig jaar ruime mogelijkheden voor.
Het hoofd van de afdeling Europese Studies bij Instituut Clingendaal, Jan Rood, merkte in een bijdrage in de NRC van 18 mei 2009 op, dat hij de indruk had, dat de gemiddelde Nederlandse politicus wat Europa betreft, slechts weinig van de hoed en de rand weet. Het imago van Europarlementariër is ronduit slecht, een wisseling van de Tweede Kamer naar Brussel wordt als een degradatie beschouwd. Echte kopstukken vind je onder de kandidaten nauwelijks of niet. De Tweede Kamer werkt nauwelijks intensief en gestructureerd met hun (Nederlandse) collega's uit Brussel samen, zelfs niet op fractieniveau. Toch komt meer dan 60% van onze wet- en regelgeving uit Brussel en heeft het Europese Parlement daarop een beslissende invloed. Neem een voorbeeld aan Finland. Daar werkt het Finse parlement gestructureerd met de vertegenwoordigers in Brussel hand in hand vanaf een zeer vroeg stadium van een ingediend wetsontwerp, samen. Op deze wijze kan men nog vanuit het Finse parlement nog enige invloed uitoefenen en komt later niet voor onverwachte verassingen te staan.
Zonder dat er maar iets veranderd hoeft te worden aan de huidige status quo van de Unie, zouden de partijen, die in Brussel met hun politieke 'geloofsgenoten' al in één fractie zitten, zich als paneuropese partij presenteren in plaats van op nationale lijsten. Dit zou ertoe bijdragen meer de verplichting van een Europees parlementslid het belang van de Europese Unie als geheel te dienen en niet het vermeende nationale belang. Onbekend maakt onbemind, daar moeten we uiteindelijk van af! Juist omdat de Unie voor onze nationale toekomst zo van belang is, zouden we er onze beste politieke kopstukken naar toe moeten sturen.
Het gebrek aan democratisch gehalte van de Unie wordt veel beklaagd. Natuurlijk moet dat beter, vooral aan de top. Echter, het Europees Parlement heeft feitelijk minstens zo veel zeggenschap met betrekking tot wet- en regelgeving en de uitvoering ervan, dan de Tweede Kamer. In Nederland hebben we het toegelaten dat veel uitvoerende en beslissende taken op afstand werden gezet. Intussen hebben we meer dan 300 van zulke autoriteiten, agentschappen, enz. Ongeveer de helft daarvan vallen zelfs niet meer onder de ministeriële hiërarchie. Deze organen verdelen een groot deel van de begrotingsgelden (belastingcenten), vrijwel aan het oog van het parlement onttrokken. Het parlement ruziet dan maar een beetje over een zendmast in het Rotterdamse Delftshaven of de aankoop van een vliegtuig. Geen wonder, dat dit bij de burger tot wrevel leidt. Maar Europa is de boze moloch!
Gezien de taken om een goede toekomst veilig te stellen, maar ook de verantwoording die een goed politicus tegenover de burger heeft, kan men zich de vraag stellen, of een negatieve houding ten opzichte van de EU in dit licht wel aangebracht is. Dit is anders te zien als een (constructieve) kritische houding die er naar streeft zaken te verbeteren en te veranderen. Doen de SP en de PVV en delen van de PvdA hun kiezers niet te kort door hun overmatig nationalistisch navelstaren. Geloven hun verantwoordelijken werkelijk, dat Nederland over voldoende autarkisch vermogen beschikt om zich grotendeels van de Europese ontwikkeling af te koppelen. Of is politiek opportunisme zoals in de inleiding van het Europa Manifest van TrotsopNederland tot uitdrukking gebracht wordt na een opsomming van punten uit een onderzoek over de instelling van de burger ten aanzien van Europa door het SCP: "wij luisteren naar de burger." Moet de homo politicus juist niet de moed hebben met visie op de drempel van een gegeven moment juist die feiten te scheppen waarmee hij de tijd overspant omwille van een betere toekomst?
Wat zou er van Europa geworden zijn zonder de visie van haar oprichters ook al zagen zij, begrijpelijk voor hun tijd, Europa te zeer als een technisch construct. Nu is het moment aangebroken de politieke integratie centraal te stellen om een prospererende toekomst voor Nederlanders en alle Europeanen in de 21e eeuw veilig te stellen in een wereld die nog een heel stuk rechtvaardiger dient te worden om bloedige conflicten die ook ons zullen raken, te vermijden.
Wensen wij ons dusdanig veel gepassioneerde politici met visie toe, die de moed en het doorzettingsvermogen hebben de kiezer met uitgewogen argumenten van hun visie te overtuigen en niet slaafs de zogenaamde tijdgeest te volgen!