De vrijheid van meningsuiting is in de Nederlandse wet, gezien de rechtspreking en het optreden van het Openbaar Ministerie, niet voldoende eenduidig geregeld. Zelfs de vrijwillige zelfcensuur van bij voorbeeld columnisten waarvan regelmatig sprake is, is op zich al reden genoeg een ander duidelijker wettelijk te regelen. In dit opzicht is het initiatief van de VVD om dit op politieke agenda te zetten te begroeten.
Rutte's op zich duidelijke uitleg en verklaringen met betrekking tot zijn gebezigde Holocaust uitlating, gaan onder in het gezeur van hen die maar wat te graag over hem heen vallen. Dit zijn niet alleen politieke opponenten, maar ook in eigen kring wordt hij door een aanzienlijk aantal mensen niet begrepen of wil men hem niet begrijpen.
Ook nu, 64 jaar na de beëindiging van de Nazi heerschappij, is het onderwerp Holocaust nog steeds zeer levendig en is terecht het synoniem voor de grootste barbarij door mensen aan andere mensen op grond van ras, geloof of seksuele geaardheid, verricht. De Holocaust mag ook niet in vergetelheid raken of lichtzinnig voor een discussie van een algemenere aard gebruikt worden. Rutte moet nu deze voor hem zure ervaring maken.
Op drie cruciale punten heeft Rutte in het kader van dit incident het aan politiek instinct en inzicht laten ontbreken: het begrip Holocaust is ook in de context van een politiek debat over vrijheid van meningsuiting en met alle goede bedoelingen, als hevig laaiend vuur te beschouwen en dus te vermijden; timing, een onder electorale aspecten gezien dit onderwerp van eerder middelmatig belang, het spreekt slechts een relatief klein gedeelte van de kiezers aan, tien dagen voor een verkiezingsdatum te lanceren, roept maar wat te graag politieke tegenstanders op het plan; Dan nog ontkennen, dat het omstreden onderwerp niets met de verkiezingsuitslag voor het Europese Parlement van doen heeft en mocht deze voor de VVD erg tegenvallen, hij daaraan geen consequenties voor zijn eigen positie als politiek leider van de VVD zal verbinden. Immers bij die verkiezingen gaat het om iets anders!
Hoewel de VVD een waardevol punt op de politieke agenda zou hebben kunnen zetten, heeft zij zichzelf door het instinctloze optreden van haar politiekleider verder in de nesten gewerkt.
Met nog tien maanden te gaan tot de gemeenteraadsverkiezingen van 2010 zal vanuit de lokale afdelingen de roep om drastische koersverandering, ook in personeel opzicht, toenemen. Zowel de PVV en TrotsopNederland zullen immers in een aantal gemeenten voor het eerst aantreden.
Personeel is de VVD landelijk niet goed opgesteld. De Tweede Kamerfractie demonstreert een verlammende verkrampte eenheid na de machtstrijd Rutte/Verdonk. Enkele fractieleden met een bovengemiddeld profiel verlieten inmiddels de fractie, Boekestein werd gekneveld, Nicolai is als initiator van het meningsuitingpunt mede beschadigd en de rest is in het publieke debat te veel onzichtbaar om welke reden dan ook. Opmerkelijk is opnieuw de toenemende zichtbaarheid van de fractievoorzitter in de Eerste Kamer, Uri Rosenthal. Moeten we in hem de toekomstige politieke leider van de VVD zien?